Contact  |

De rechten m.b.t. instemming met de hulp, toegang tot het dossier en instemming om van zijn ouderlijk milieu verwijderd te worden, oefent de minderjarige zelfstandig uit indien hij bekwaam is. Maar wat als de betrokkenen niet overeen komen en men dreigt te verzeilen in een blijvende discussie?

Om de bekwaamheid van de minderjarige voor de uitoefening van zijn rechten uit het DRM juist in te schatten, moet de hulpverlener steeds in dialoog gaan. Niet enkel met de jongere, maar vaak ook met het cliëntsysteem, en dus ook de ouders. Dit is een hele denkoefening, die neergeschreven en toegelicht wordt in het dossier mét daarin alle elementen waarop hij zich baseert om de minderjarige als (on)bekwaam te beschouwen. Daarnaast moet de hulpverlener elk aanbod in het teken zetten van het belang van de minderjarige. Dat geldt als belangrijkste overweging doorheen de jeugdhulp (artikel 5 DRM). In de praktijk is deze beoordeling, zowel van die bekwaamheid als van dat belang, niet altijd even evident. Daarom zijn vuistregels of beslissingsmethodes ontwikkeld om de hulpverlener hierbij te helpen. 

Bekwaamheid