Contact  |

Hoe wordt de bekwaamheid van de minderjarige bepaald?

Het DRM vertrekt vanuit de idee dat elke minderjarige, in principe, de rechten in het DRM zelfstandig kan uitoefenen. Voor de meeste bepalingen staat die bekwaamheid dus vast. Het gaat dan meestal om eerder feitelijke handelingen. Voor bepaalde rechten, waaraan wel ernstige consequenties verbonden (kunnen) zijn, heeft het decreet wel een bijzondere regeling ingevoerd. Zo moet de beoordeling van bekwaamheid voorzichtig worden afgewogen bij:

  • het recht om al dan niet in te stemmen met het hulpaanbod,
  • het recht op toegang tot het dossier,
  • het recht om te weigeren gescheiden te worden van zijn ouders.

Hier wordt verwacht dat de minderjarige zijn belangen redelijk kan beoordelen, met oog voor leeftijd, maturiteit en specifieke context. Het DRM hanteert voor deze rechten een vermoeden van bekwaamheid voor elke minderjarige vanaf 12 jaar. Hier wordt dus aangenomen dat de +12-jarige in staat is een juiste beoordeling van zijn belangen te maken én de gevolgen van beslissingen kan inschatten. Dit vermoeden kan worden weerlegd, in beide richtingen. Zo kan een 11-jarige toch toegang tot zijn dossier krijgen of kan een 14-jarige toch niet in staat worden geacht om zijn instemming te geven bij een bepaald hulpaanbod. Die afweging wordt telkens gemaakt samen met de ouders en de betrokken minderjarige, maar het is de hulpverlener die de knoop doorhakt.

Bekwaamheid