Contact  |

De minderjarige wil zijn dossier inkijken maar de hulpverlener staat dit niet toe omdat hij de minderjarige als onbekwaam inschat. De minderjarige wil een andere hulpverlener en die acht de jongere wél in staat om het dossier van de vorige begeleider te lezen. Kan dat?

Het inzagerecht vereist bekwaamheid. Deze wordt vermoed vanaf 12 jaar maar de hupverlener kan daar, mits een motivatie, van afwijken (DRM, artikel 4 en 22). Vindt de hulpverlener de persoon onbekwaam? Dan moet hij kunnen aantonen dat de minderjarige onvoldoende in staat is:

  • te oordelen wat in zijn belang is,
  • de gevolgen van zijn handelingen of beslissingen in te schatten.

De hulpverlener moet dit met de minderjarige bespreken en motiveren in het dossier.

Omgekeerd kan een minderjarige jonger dan 12 jaar vinden dat hij bekwaam is. Dan moet hij het initiatief nemen om aan te tonen dat hij zelfstandig kan optreden. Een andere hulpverlener kan hem daarin dan volgen.

In de praktijk hangt veel af van de houding van de hulpverlener. Hulpverleners kunnen bekwaamheid soms verschillend inschatten . Door de participatieve uitgangspunten in de jeugdhulp en het DRM, hebben hulpverleners de opdracht om steeds op zoek te gaan naar een goede manier om de minderjarige in het hulpverleningsproces te betrekken. Dit komt de hulpverlening zelf ook ten goede.

Daarnaast kan de minderjarige zijn hulpverlener zelf kiezen (DRM, artikel 9) - indien er keuzemogelijkheid is, en kan die keuze in de loop van de hulpverlening veranderen. Indien een minderjarige een andere hupverlener zou aanspreken (bv. binnen eenzelfde voorziening), moet die hulpverlener opnieuw voor zichzelf de afweging maken. Dit kan inderdaad tot een andere conclusie leiden. Als voorziening is het aangeraden om dergelijke beoordelingsconflicten te vermijden, bv. door de uitwerking van een doordacht beleid rond de opstelling van dossiers en het inzagerecht. Dat garandeert een zekere uniformiteit, zowel aan de minderjarige als aan de hulpverleners onderling.

Dossier