Contact  |

2026 - Welke rechten hebben minderjarige patiënten?

Ook wanneer beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg werken in de integrale jeugdhulp, dan is de Wet Patiëntenrechten van toepassing wanneer deze beroepsbeoefenaars gezondheidszorg verstrekken aan de minderjarige cliënt/patiënt. Gelukkig zijn de rechten van minderjarige patiënten uit de Wet Patiëntenrechten en de rechten van minderjarige cliënten uit het DRM haast identiek waardoor er voor minderjarige patiënten en cliënten in de jeugdhulp weinig verschillen zijn in de praktijk.

Alle patiënten, dus ook minderjarigen, hebben om te beginnen recht op een goede, zorgvuldige en kwaliteitsvolle gezondheidszorg die o.a. gebruik maakt van de toepasselijke, geldende standaarden zoals die voortvloeien uit de huidige wetenschap. 

Bekwame, minderjarige patiënten kunnen hun gezondheidszorgbeoefenaar normaalgesproken vrij kiezen en kunnen hun keuze te allen tijde wijzigen. Voor onbekwame minderjarigen zullen de (pleeg)ouders of voogd de gezondheidszorgbeoefenaar kiezen. 
Het principe van vrije keuze kan wel beperkt worden. Enerzijds krachtens de wet: hierbij wordt ondermeer gedacht aan beperkende  regelingen in het kader van de gedwongen opname van geesteszieken,… Anderzijds door het aanbod en de organisatie van de gezondheidszorg: als je ’s nachts binnenkomt in het ziekenhuis om te bevallen zal je dit soms met de gynaecoloog van wacht moeten doen en niet met de gynaecoloog die je opvolgde tijdens je zwangerschap.

Het is de gezondheidszorgbeoefenaar zelf die de bekwaamheid van de (minderjarige) patiënt inschat. Om bekwaam geacht te worden, moeten minderjarigen voldoende kunnen inschatten wat in hun belang is én voldoende kunnen inschatten wat de gevolgen van hun beslissingen/daden zijn. De Wet Patiëntenrechten voorziet geen leeftijd waarop de minderjarige bekwaam wordt geacht.

De Wet Patiëntrechten vertrekt vanuit het principe dat de patiënt en de gezondheidszorgbeoefenaar er steeds naar moeten streven om samen tot een beslissing te komen m.b.t. de gepaste gezondheidszorg. Maar de bekwame, minderjarige patiënt heeft wel het recht om zelfstandig, geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de gezondheidszorgbeoefenaar. Het recht om toe te stemmen houdt bovendien evenzeer het recht (van de bekwame minderjarige) in om een, zelfs levensnoodzakelijke, tussenkomst te weigeren. Wanneer het om een onbekwame minderjarige gaat, zullen de wettelijke vertegenwoordigers, (pleeg)ouders of voogd, beslissen over de gezondheidszorg. Indien er echter sprake is van een medische urgentie en de patiënt zijn toestemming niet kan geven of er geen wettelijke vertegenwoordiger aanwezig is, zal de gezondheidszorgbeoefenaar steeds handelen in het belang van de gezondheid van de patiënt. Hij kan hierbij uitzonderlijk zelfs ingaan tegen de wil van de wettelijke vertegenwoordigers van een onbekwame patiënt om onomkeerbare gezondheidsschade te voorkomen.

 

Minderjarige patiënten hebben ook recht op volledige en duidelijke informatie over hun gezondheidstoestand, de vermoedelijke evolutie ervan, mogelijke (gevolgen van, alternatieven voor, kostprijs van,…) onderzoeken, behandelingen, ingrepen,... Gezondheidszorgbeoefenaars moeten hun patiënt bovendien actief bevragen over de situatie en de voorkeuren van actuele en toekomstige zorg van de patiënt. 
In het belang van de patiënt kan een gezondheidszorgbeoefenaar een therapeutische exceptie inroepen om uitzonderlijk en tijdelijk toch te beslissen om bepaalde informatie niet door te geven voor zover het meedelen ervan ernstig nadeel voor de gezondheid van de patiënt zou meebrengen. Wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd) van onbekwame minderjarigen en de vertrouwenspersoon van de patiënt hebben wel recht op toegang tot deze informatie.
Aangezien minderjarige patiënten steeds moeten betrokken worden bij de uitoefening van hun patiëntenrechten, hebben ook onbekwame minderjarigen recht op informatie betreffende hun gezondheidszorg. In het geval van jonge kinderen zal het een bijzondere inspanning vragen van de betrokken gezondheidszorgbeoefenaar om deze informatie zo volledig en begrijpelijk mogelijk te bespreken met het jonge patiëntje.

Bekwame, minderjarige patiënten hebben daarnaast recht op inzage in hun dossier en op toelichting bij de inhoud ervan (voor onbekwame minderjarigen gebeurt dit door tussenkomst van hun (pleeg)ouders of voogd). Inzage moet verleend worden binnen de 15 dagen na het verzoek tot inzage. De Wet Patiëntenrechten maakt, zoals het DRM, enkele gegevens ontoegankelijk voor de patiënt. Het inzagerecht geldt niet voor informatie die onder een therapeutische exceptie valt (omdat de gezondheidszorgbeoefenaar meent dat het niet in het belang is van de patiënt om de informatie op dit moment te vernemen), en voor informatie die enkel betrekking heeft op derden (= de privacy-exceptie). Persoonlijke notities van de gezondheidszorgbeoefenaar zijn sinds 2024 uitdrukkelijk wél toegankelijk voor de bekwame patiënt!

De minderjarige patiënt heeft verder recht op privacy en op respect voor zijn intimiteit. Een inbreuk maken op de privacy van de patiënt kan enkel indien dit door de wet werd voorzien en noodzakelijk is voor de bescherming van de volksgezondheid of voor de bescherming van de rechten van derden.

In 2024 werd het recht op een vertrouwenspersoon uitdrukkelijk opgenomen in art. 11/1 Wet patiëntenrechten. Het is aan de patiënt om de draagwijdte van de bevoegdheid van de vertrouwenspersoon te bepalen. De patiënt kan zich bv. bij het uitoefenen van zijn inzagerecht (deels) laten vertegenwoordigen of bijstaan door een vertrouwenspersoon. Wanneer de vertrouwenspersoon zelf gezondheidszorgbeoefenaar is, zal deze bovendien ook inzage kunnen krijgen tot informatie die niet toegankelijk is voor de wilsbekwame, minderjarige patiënt zelf omwille van een therapeutische exceptie. 
Wat betreft de ondersteuning door een vertrouwenspersoon bevat de Wet patiëntenrechten, anders dan het DRM, geen criteria waaraan de vertrouwenspersoon moet beantwoorden op het ogenblik van zijn aanwijzing. De memorie van toelichting van de Wet Patiëntenrechten benadrukt wel dat de vertrouwenspersoon steeds het belang van de patiënt voor ogen moet hebben.

Bekwame minderjarige patiënten en wettelijke vertegenwoordigers van onbekwame patiënten hebben ten slotte het recht om klachten te formuleren in verband met de uitoefening van hun patiëntenrechten bij de bevoegde ombudsfunctie. Bij gebrek aan lokale ombudsfunctie kunnen patiënten terecht bij de Federale ombudsdienst ‘rechten van de patiënt’. Minderjarigen kunnen m.b.t. de schending van hun rechten bovendien ook altijd terecht bij het Kinderrechtencommissariaat.

Meer info:
Sterk in …de rechten van minderjarige patiënten
Brochure Rechten van de patiënt | FOD Volksgezondheid

Bekwaamheid Gezondheidszorg