Contact |
Gezondheidszorg
Sinds 2024 bepaalt art. 25 DRM uitdrukkelijk dat minderjarigen die in de residentiële jeugdhulpverlening, een gemeenschapsinstelling of het Vlaams detentiecentrum verblijven, recht hebben op fysieke en geestelijke gezondheidszorg die gelijkwaardig is met de gezondheidszorg in de samenleving, en op adequate medicatie. In de praktijk verandert er wellicht (hopelijk) niet zoveel voor minderjarigen in. Ook voor het DRM dit recht expliciet opnam in 2024, hadden minderjarigen in residentiële settings uiteraard recht op gezondheidszorg.
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) voorziet immers sinds 1989 in art. 24 in het recht op de hoogst mogelijke graad van gezondheid en recht op toegang tot gezondheidszorg en medische voorzieningen voor kinderen. En ook de Belgische Grondwet (G.W.) voorziet in het recht op bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand voor iedereen, en het recht op o.a. lichamelijke en geestelijke integriteit van alle kinderen. Dit verplicht de overheid om passende maatregelen te nemen om alle minderjarigen billijke toegang tot de gezondheidszorg te verzekeren.
Bovendien is de rechtspositie van minderjarige patiënten die vooral uitgewerkt wordt in art. 12 van de Wet Patiëntenrechten (W.P.), redelijk gelijk aan die van minderjarige cliënten in de jeugdhulp.
Artikel 25 DRM
Recht op gezondheidszorg in de residentiële jeugdhulpverlening, een gemeenschapsinstelling of het Vlaams detentiecentrum
De minderjarige die in de residentiële jeugdhulpverlening, een gemeenschapsinstelling of het Vlaams detentiecentrum verblijft, heeft recht op fysieke en geestelijke gezondheidszorg die gelijkwaardig is met de gezondheidszorg in de samenleving, en heeft recht op adequate medicatie.
Artikel 24 IVRK
1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid. De Staten die partij zijn,
streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden.
2. De Staten die partij zijn, streven de volledige verwezenlijking van dit recht na en nemen passende maatregelen, met name:
a) om baby- en kindersterfte te verminderen;
b) om de verlening van de nodige medische hulp en gezondheidszorg aan alle kinderen te waarborgen met nadruk op de ontwikkeling van de eerstelijnsgezondheidszorg;
c) om ziekte, ondervoeding en slechte voeding te bestrijden, mede binnen het kader van de eerstelijnsgezondheidszorg, door onder andere het toepassen van gemakkelijk beschikbare technologie en door het voorzien in voedsel met voldoende voedingswaarde en zuiver drinkwater, de gevaren en risico's van milieuverontreiniging in aanmerking nemend;
d) om passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor moeders te waarborgen;
e) om te waarborgen dat alle geledingen van de samenleving, met name ouders en kinderen, worden voorgelicht over, toegang hebben tot onderwijs over, en worden gesteund in het gebruik van de fundamentele kennis van de gezondheid van en de voeding van kinderen, de voordelen van borstvoeding, hygiëne en sanitaire voorzieningen en het voorkomen van ongevallen;
f) om preventieve gezondheidszorg, begeleiding voor ouders, en voorzieningen voor en voorlichting over gezinsplanning te ontwikkelen.
3. De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatregelen teneinde traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen.
4. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe internationale samenwerking te bevorderen en aan te moedigen teneinde geleidelijk de algehele verwezenlijking van het in dit artikel erkende recht te bewerkstelligen. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden.
Art. 24 IVRK: officieuze samenvatting
Het recht op de hoogst mogelijke graad van gezondheid en het recht op toegang tot gezondheidszorg en medische voorzieningen, met bijzondere nadruk op eerstelijnsgezondheidszorg en preventieve gezondheidszorg, op gezondheids- voorlichting en -educatie en op de vermindering van de kindersterfte.
De verplichting van de Staat om te werken in de richting van het uitbannen van schadelijke traditionele praktijken.
De nood aan internationale samenwerking met het oog op het realiseren van dit recht wordt beklemtoond.
Art. 12 W.P.
§ 1. Bij een patiënt die minderjarig is, worden de rechten zoals vastgesteld door deze wet uitgeoefend door de personen die conform Boek I titel IX van het oude BW het gezag over de minderjarige uitoefenen (=ouders of langdurige pleegzorgers) of door zijn voogd.
§ 2. De patiënt wordt betrokken bij de uitoefening van zijn rechten rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit. De in deze wet opgesomde rechten kunnen door de minderjarige patiënt die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat kan worden geacht, zelfstandig worden uitgeoefend.