Contact  |

Als een samenwerking met de ouders aangewezen is maar de minderjarige weigert dat contact, kan een begeleiding dan toch opstarten?

Hier speelt een conflict tussen de rechten van de ouders op basis van hun ouderlijk gezag (Burgerlijk Wetboek) en de rechten van de minderjarige in de integrale jeugdhulp (DRM). De leeftijd van de minderjarige, de context en het specifieke hulpaanbod zijn hier bepalend.

Ouders hebben niet enkel recht op maar ook nood aan informatie over hun minderjarige kinderen om de fundamentele opvoedingsbeslissingen te nemen. Een opvoedingsrelatie en het gezag van de ouder daarin, evolueert wel naarmate de kinderen ouder en bekwamer worden. Opgroeiende kinderen gaan over meer en meer zaken in hun persoonlijk leven hun eigen beslissingen nemen, doorgaans met (stilzwijgend) akkoord van ouders, maar soms ook tegen de wil van de ouders in. Ook binnen het DRM kunnen bekwame minderjarigen zelf beslissingen nemen over hun hupverlening, zonder tussenkomst van hun ouders. Dan verliezen ouders het recht op vertrouwelijke informatie over deze beslissingen.

Het ouderlijk gezag is geen blind of absoluut gezag, maar staat steeds in het teken van het belang van het kind. Zelfs als het gaat om een onbekwame minderjarige, is het recht op informatie beperkt tot de vertrouwelijke informatie die ouders nodig hebben in het belang van de minderjarige. Bij een bekwame minderjarige, mogen hulpverleners de ouders niet contacteren indien de minderjarige dit weigert. De hulpverlener zal wel - waar nodig en samen met de minderjarige - werken naar een vorm van overleg met de ouders. Is de minderjarige onbekwaam, dan mogen hulpverleners de ouders wel contacteren, zelfs al wil het kind dat niet. Ook hier zal de hulpverlener dan inspanningen doen om aan de minderjarige uit te leggen waarom een samenwerking met de ouders van belang is.

Bekwaamheid