Contact  |

2026 - Hebben jongeren die in de residentiële jeugdhulp verblijven recht om seksuele relaties aan te gaan en te beleven in de voorziening?

  1. Afweging van de mogelijkheden tot actorschap en de participatierechten en autonomie van kinderen en jongeren ten opzichte van de nood en/of het recht op bescherming, opvoeding en begeleiding van kinderen en jongeren. 

De manier waarop we naar kinderen en jongeren kijken is gebaseerd op een aantal vooronderstellingen (vb. 'een kind is onschuldig'); soms expliciet maar meestal impliciet aanwezig. Grofweg kan je een onderscheid maken tussen kindbeelden die op bescherming gebaseerd zijn, en kindbeelden die vertrekken vanuit actorschap of agency van kinderen en jongeren. Door de bril van een actorschap-kindbeeld zien we kinderen en jongeren als sociale actoren die, net als vele volwassenen, een vorm van keuzevrijheid en verantwoordelijkheid bezitten. Een beschermingsperspectief is eerder traditioneel, beschrijft het kind als 'nog niet af', en baseert zich hoofdzakelijk op de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van kinderen en jongeren. Een kinderrechtenperspectief vertrekt vanuit een kindbeeld dat enerzijds vertrouwt in wat kinderen kunnen, en hen anderzijds ondersteunt in wat ze (nog) niet kunnen.  
Ook het DRM dat kinderrechten nadrukkelijk als referentiekader gebruikt, heeft zeker oog voor het actor-schap van minderjarige cliënten in de jeugdhulp. Deze benadering vinden we bv. terug in hun recht op een eigen mening, op participatie, en de erkenning van een mogelijke wilsbekwaamheid van jongeren die leidt tot het recht om in te stemmen met de buitengerechtelijke jeugdhulp.   

Omgaan met kinderen en jongeren met een kinderrechtenbril nodigt uit om de balans te zoeken tussen actorschap en bescherming van kinderen.  Op vlak van seksualiteit betekent dit dat we enerzijds voldoende ruimte moeten laten voor de seksuele ontwikkeling en beleving van kinderen en jongeren, maar dat we kinderen anderzijds ook moeten beschermen tegen grensoverschrijdend gedrag.   
 

  1. Seksuele rechten van minderjarigen in de jeugdhulp 

Seksuele rechten beschermen de rechten van personen om hun seksualiteit in te vullen en te beleven op de manier waarop zij dat wensen, met respect voor anderen en ingebed in randvoorwaarden die hen beschermen tegen discriminatie en misbruik. Ze zijn internationaal vastgelegd in verdragen die door de meeste landen zijn ondertekend en sluiten aan op de fundamentele en universele rechten van de mens.    
 
Ook minderjarigen hebben in principe het recht om te bepalen hoe ze hun seksualiteit willen beleven. Al bepaalt de Belgische strafwet wel dat minderjarigen pas vanaf 16 jaar juridisch kunnen instemmen met seksuele handelingen. Seksuele handelingen (al dan niet met penetratie) met deze minderjarigen zijn dan ook steeds strafbaar, ook al vond de jongere het oké of nam hij/zij zelf het initiatief. Verder wordt een uitzondering voorzien voor jongeren vanaf 14 jaar: zij kunnen enkel toestemming geven voor seksuele contacten met een eveneens minderjarige partner vanaf 14 jaar, of met een meerderjarige partner die max. 3 jaar scheelt in leeftijd.  

Het DRM voorziet niet in een uitdrukkelijk kader voor de seksuele beleving van minderjarigen die verblijven in residentiële voorzieningen. En wellicht maar goed ook: het is niet de bedoeling om seksualiteit, die behoort tot de persoonlijke levenssfeer, van kinderen en jongeren die residentiële jeugdhulp krijgen concreet en strikt te regelen. Aan de andere kant verwachten we van een rechtenkader als het DRM wel dat het minstens aandacht schenkt aan ‘de quality of life’ van cliënten in de jeugdhulp. Op vlak van het thema seksualiteit kan dit door uitdrukkelijk een bepaling mbt het recht op seksuele beleving van minderjarigen in de residentiële jeugdhulp op te nemen in het DRM, en verder te verwijzen naar de individuele huishoudelijke reglementen van voorzieningen om dit recht verder vorm te geven in samenspraak met de betrokken doelgroep. Uiteraard spelen andere bepalingen uit het DRM zoals het recht op privacy, het recht op bezoek, het recht op invulling van vrije tijd op de eigen kamer, het recht op een eigen kamer hierbij een cruciale rol. 
Ook de (pedagogische) aanpak van begeleiders in de leefgroep speelt bij de aanpak van dit thema een belangrijke rol: seksuele voorlichting, educatie rond respect voor eigen en andermans lichaam, het bespreken van het belang en de mogelijke uitingen van instemming, aandacht voor seksuele en mentale gezondheid, het bieden van (ook fysieke) ruimte,... dragen bij tot het ontwikkelen van een bevredigend, veilig en plezierig seksleven van de kinderen en jongeren die ze onder hun hoede hebben. 

Dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat jeugdhulpverleners niet kunnen handelen wanneer de integriteit van kinderen of jongeren ernstig in het gedrang zou komen. De noodtoestand laat toe om in te grijpen en bv. rechten van kinderen en jongeren uitzonderlijk en tijdelijk te schenden wanneer en zolang hun psychische, fysieke en/of seksuele integriteit concreet, ernstig en acuut gevaar loopt. Het recht om bezoek van bepaalde personen te ontvangen op de eigen kamer zou in dat kader bv. tijdelijk kunnen opgeschort worden wanneer jeugdhulpverleners menen dat kindern of jongeren verplicht worden om seksuele handelingen te stellen of te ondergaan waarmee ze in se niet akkoord (kunnen) gaan. 
 
Conclusie 

Op dit moment kunnen we vanuit de internationale kaders, de Belgische strafrechtelijke regeling mbt de seksuele meerderjarigheid van minderjarigen, én het recht op privacy en het recht op bezoek van minderjarigen in de jeugdhulp, afleiden dat minderjarigen het recht hebben om hun seksualiteit te verkennen en te beleven tijdens hun verblijf in de residentiële jeugdhulp. Minstens vanaf 16 jaar (en onder bepaalde omstandigheden al vanaf 14 jaar) zouden bekwame jongeren hierbij de gelegenheid moeten krijgen om met wederzijdse toestemming seksuele relaties aan te gaan met derden.  
 
Uitdrukkelijk aandacht schenken aan het recht op seksuele beleving van minderjarigen in de residentiële jeugdhulp in het DRM, de verwijzing naar het huishoudelijk reglement voor de verder invulling hiervan in samenspraak met cliënten, én informatie en dialoog over seksualiteit in de leefgroep zouden bovendien verder bijdragen tot een ontwikkelingsgericht leefklimaat waar minderjarigen volgens art. 19/1 DRM recht op hebben. 

Bekwaamheid Instemming Privacy Respect voor het gezinsleven - recht op contact