Contact  |

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim is een complex thema dat zijn grondslag vindt in artikel 352 van het Belgische Strafwetboek. Dit artikel vervangt sinds de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 het vroegere artikel 458 Sw., dat bij veel hulpverleners en gezondheidszorgbeoefenaars bekend stond als de basisbepaling van het beroepsgeheim.

Het beroepsgeheim (Nieuw Strafwetboek, Hoofdstuk 9. Misdrijven tegen het privéleven, afdeling 3 Bescherming van het beroepsgeheim artikel 352 en 353) is ook van toepassing op alle personen die meewerken aan de jeugdhulp. Dit is een van de sleutelelementen in de hulpverlening en van fundamenteel belang voor de ontwikkeling en het behoud van de vertrouwensrelatie. Want zonder dit vertrouwen heeft hulpverlening geen kans op slagen. De minderjarige moet erop kunnen rekenen dat de hulpverlener niet zomaar doorgeeft wat hij hem toevertrouwde. Binnen de hulpverlening kunnen wel gegevens gedeeld worden, onder welbepaalde voorwaarden en aan welbepaalde personen, onder de noemer ‘gedeeld’ beroepsgeheim (Decreet IJH, artikel 72, 74, 75, 75/1, 75/2) Daarnaast bestaan er ook specifieke regels voor bepaalde soorten gegevens, zoals informatie in verband met de gezondheid.

Het beroepsgeheim houdt een zwijgplicht in. Die wordt zo belangrijk geacht, dat het verbreken ervan strafbaar is. Enkel in uitzonderlijke situaties, doorgaans bij wet bepaald, kan hiervan worden afgeweken.

Nieuw Strafwetboek: Afdeling 3. Bescherming van het beroepsgeheim 

Art. 352. Schending van het beroepsgeheim 
"Schending van het beroepsgeheim is het opzettelijk door een persoon die uit hoofde van zijn staat of beroep kennis draagt van geheimen die hem zijn toevertrouwd, bekend maken van deze geheimen buiten het geval dat hij geroepen wordt om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hem verplicht of toelaat die geheimen bekend te maken. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2." 

Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim 
"§ 1. Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 96 tot 101, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 194 tot 202, 206 tot 211, 258, 310 tot 315, 328 tot 330, en 333 tot 337, gepleegd op een minderjarige, op een persoon in een kwetsbare toestand in de zin van artikel 79, 2°, of op een persoon in een kwetsbare toestand ten gevolge van partnergeweld of het gebruiken van geweld in naam van culturele drijfveren, gewoontes, religie, tradities of de zogenaamde "eer", kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 299, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings in de volgende gevallen: - hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde persoon in een kwetsbare toestand en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen; - hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of zoals hierboven bedoelde personen in een kwetsbare toestand het slachtoffer zouden worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen. 
§ 2. Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings. Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de [1 ...]1 misdrijven bedoeld in titel 4, hoofdstuk 1, of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 406. De in het eerste lid bedoelde wet of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden. De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd. 
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt."

Art. 13. Noodtoestand Nieuw Strafwetboek
 Er is noodtoestand en dus geen misdrijf wanneer iemand enkel door het plegen van een als misdrijf
omschreven feit een recht of een belang kan vrijwaren dat een ernstig en onmiddellijk gevaar loopt en waarvan de waarde hoger is dan de waarde van hetgeen door het als misdrijf omschreven feit wordt prijsgegeven.
De feiten worden niet gerechtvaardigd indien de betrokkene de aangevoerde noodtoestand zelf opzettelijk heeft doen ontstaan.

Veelgestelde vragen

Een specifieke vraag die niet aan bod komt in deze FAQ?
Neem contact op met vragen@stekr.net.

Nieuwsberichten over dit thema

  • Geheimen delen in vertrouwen

    Vormingssessie 12/10/2026 'STERK... in de mogelijkheid tot gegevensuitwisseling in de jeugdhulp en gezondheidszorg'

    Dit najaar organiseert STEKR, in samenwerking met het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp (IROJ) Oost-Vlaanderen, verschillende vormingsmomenten in het VAC in Gent over de positie en rechten van minderjarigen in de jeugdhulp.

    Op 12 oktober gaan we in de namiddag aan de slag met de samenwerking en gegevensuitwisseling in de jeugdhulp en de gezondheidszorg. 
    (Intersectorale) samenwerking en (casus)overleg zijn niet meer weg te denken als het gaat over jeugdhulpverlening en gezondheidszorg aan minderjarigen. Maar hoe werk je samen als het beroepsgeheim op jou van toepassing is? Wanneer kan je gebruik maken van het gedeeld beroepsgeheim, of andere uitzonderingen om informatie uit te wisselen, en wanneer niet?

    Meer info en inschrijven via de website van STEKR: Vormingssessie 12/10/2026 'STERK... in de mogelijkheid tot gegevensuitwisseling in de jeugdhulp en gezondheidszorg'

  • Geheimen vertellen

    Vormingssessie 12/10/2026 'STERK... in het ambts- en beroepsgeheim'

    Dit najaar organiseert STEKR, in samenwerking met het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp (IROJ) Oost-Vlaanderen, verschillende vormingsmomenten in het VAC in Gent over de positie en rechten van minderjarigen in de jeugdhulp.

    Op 12 oktober gaan we in de voormiddag aan de slag met het ambtsgeheim en het beroepsgeheim. 
    Geheimhouding, het ambts- en beroepsgeheim, is een complex thema dat vanouds veel vragen oproept en waarover ook nu nog veel twijfel en discussie bestaat. Bovendien ondervinden dragers van het beroepsgeheim ook steeds meer druk van enerzijds cliënten en patiënten die hun rechten zorgvuldig willen nageleefd en eventueel zelfs afgedwongen willen zien; en anderzijds van talrijke derden die om verschillende redenen ‘claimen’ recht te hebben op de vertrouwelijke informatie die gedekt is door het beroepsgeheim. 

    Meer info en inschrijven via de website van STEKR: Vormingssessie 12/10/2026 'STERK... in het ambts- en beroepsgeheim'

  • Afbeelding Sterk in Kinderrechten

    tZitemzo wordt STEKR

    Sinds 1 januari 2026 zijn tZitemzo, Kinderrechtencoalitie Vlaanderen (Kireco) en het Kenniscentrum Kinderrechten (Keki) één grote intermediaire organisatie, STEKR vzw.
    STEKR staat voor de kracht van kennis, belangenbehartiging en het toegankelijk informeren over kinderrechten.

  • Vernieuwd decreet rechtspositie

    Op 27 maart keurde het Vlaams Parlement het decreet goed dat het decreet over de rechtspositie van de minderjarige in de jeugdhulp en binnen het jeugddelinquentierecht (DRM) grondig wijzigt. Met deze wijzigingen biedt het DRM een duidelijker rechtenkader voor minderjarigen in die context

    In lijn met het oorspronkelijke decreet leggen de wijzigingen een grote nadruk op participatie en dialoog met het kind of jongere en de context. In deze video, met vertaling in Vlaamse gebarentaal, duiden de leidend ambtenaren van Departement Zorg, Opgroeien en het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap het waarom en de grote lijnen van de wijzigingen. 

    De wijzigingen kwamen tot stand na een uitvoerig intersectoraal traject, waarbij ook overleg was met koepels, cliënten- en kinderrechtenorganisaties.

    Het volledige decreet en de parlementaire documenten zijn online te vinden. Voor een vlottere leesbaarheid stellen we voorlopig deze compilatietekst ter beschikking. 

    De wijzigingen zullen ook een impact hebben op je organisatie.  Daarom werken we aan nieuw communicatiemateriaal. Dat gaat over aangepaste brochures, informatieve video's en digitale content. Dat alles zal helpen om kinderen, jongeren en ouders te informeren over de rechten van de minderjarigen. Het materiaal komt beschikbaar in het najaar van 2024. 

    Daarnaast komt er een ondersteuningstraject met (digitale) informatiesessies en e-learnings. Ook de site rechtspositie.be wordt geactualiseerd. Zo hebben jij en je team alle nodige info om de nieuwe regelgeving effectief toe te passen. Ook dit traject start in het najaar 2024. Alle materiaal zal te vinden zijn op www.rechtspositie.be. We houden je daarvan uiteraard op de hoogte. 

  • Affiche die enkele belangrijke rechten in de jeugdhulp illustreert

    Actualisatie DRM! Naar een vernieuwd rechtenkader voor kinderen en jongeren in de jeugdhulp in 2024

    Het decreet over de rechtspositie van de minderjarige wordt geactualiseerd. Dit decreet vertaalt de rechten van minderjarigen naar de context van hulpverlening. Het voorontwerp van decreet voorziet een duidelijker rechtenkader voor minderjarigen in de (vooral residentiële) jeugdhulp. Het gaat onder meer over privacy, bezoek en onderwijs. In lijn met het huidige decreet leggen de wijzigingen veel nadruk op participatie en dialoog met het kind of jongere en de context.

    Het decreet omvat verder ook nieuw geformuleerde rechten, zoals het recht op tijdsbesteding en op vrije tijd. Van voorzieningen wordt verwacht dat ze werken aan een ontwikkelingsgericht leefklimaat. Waar rechten uitzonderlijk worden ingeperkt, zijn er striktere voorwaarden.

    Het voorontwerp van decreet en de Memorie van Toelichting liggen nu ter advies bij de Raad van State.

  • Aanbevelingen getuigenissen en beeldvorming minderjarigen in de jeugdhulp

    De Raad voor de Journalistiek heeft een richtlijn over de omgang van de pers met minderjarigen opgesteld. Zo zullen minderjarigen - meer dan vroeger - om toestemming worden gevraagd. Om de eigen positie ten aanzien van de beeldvorming van minderjarigen in de jeugdhulp te verduidelijken, heeft Opgroeien ook eigen richtlijnen uitgewerkt.